De overheid kan onderzoek in het mbo beter benutten als aanjager van innovatie. Dat adviseert de Adviesraad wetenschap, technologie en innovatie in Praktisch bekeken – Kansen voor practoraten in het mbo . AWTI-voorzitter Mirjam van Praag: “Praktijkonderzoek is een belangrijke schakel om de innovatiekracht van Nederland te versterken.”
Dit advies is juist nú belangrijk, omdat de werkagenda die de financiering en ondersteuning van practoraten regelt in 2028 afloopt en minister Letschert van OCW op dit moment nadenkt over de toekomst van het mbo. Zij vroeg de AWTI haar te adviseren over de potentiële meerwaarde van practoraten.
Cruciaal voor een innovatieve economie
Praktijkonderzoek door goed opgeleide vakmensen is cruciaal voor een innovatieve economie, stelt AWTI in het advies. Het draagt actief bij aan het oplossen van grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de energietransitie, voedselzekerheid, voldoende woningen en de toegankelijkheid van de zorg.
AWTI-voorzitter Mirjam van Praag: “Nieuwe kennis leidt niet vanzelf tot toepassing. In Europa en zeker ook in Nederland is de kloof tussen kennis en toepassing zelfs zo groot, dat er gesproken wordt van een innovatieparadox. Praktijkonderzoek op de werkvloer en in mbo’s is een belangrijke sleutel bij het verkleinen daarvan.”
Unieke manier om onderzoek en praktijk bij elkaar te brengen
Practoraten zijn expertiseplatforms binnen een mbo-instelling waar onderzoek in het mbo wordt uitgevoerd. Het kan daarbij gaan om onderwijsvernieuwing, maar ook om een bijdrage aan innovatie. Op initiatief van zulke practoraten doen mbo-studenten bijvoorbeeld mee aan een internationale wedstrijd om drijvende windmolens te ontwerpen, een hackathon om een verrijdbare lift voor patiëntes geschikt te maken om te draaien in kleine ruimtes, met het ontwikkelen van optische instrumenten voor satellieten.
Raadslid Peter Werkhoven, voorzitter van de projectgroep die het advies voorbereidde: “Bij dit soort practoraten komen toekomstige vakmensen op allerlei manieren in contact met precies dát wat er nu speelt in hun werkveld en andersom kunnen ze actief bijdragen aan het verbeteren van hun vak. Deze unieke manier om onderzoek een plek te geven in praktijkonderwijs, zijn we bij het schrijven van dit advies nergens anders ter wereld tegengekomen.”
Structureel financieren en wettelijk vastleggen
Om die rol als aanjager van innovatie te behouden én te versterken, adviseert de AWTI om basisfinanciering van het onderzoek structureel te maken en de onderzoekstaak van het mbo wettelijk vast te leggen. Dat laatste zorgt er ook voor, dat practoraten eenvoudiger aanspraak kunnen maken op aanvullende projectfinanciering gericht op innovatief onderzoek.
Verder adviseert AWTI:
- het belang van praktijkonderzoek voor en de rol van practoraten bij innovatie vast te leggen in één door ministerie en mbo gedeelde visie;
- samenwerking te stimuleren, bijvoorbeeld door aansluiting te zoeken bij regionale kennis- en innovatieagenda’s;
- de opgebouwde kennis van practoraten toe te passen in beleid voor maatschappelijke transformaties.
“Dit is hét moment de bijdrage van practoraten in het mbo aan de innovatiekracht van Nederland te versterken”, vindt Werkhoven: “Want je wilt toch niet dat straks bijvoorbeeld de energietransitie mislukt, omdat we niet genoeg flexibele vakmensen hebben opgeleid die met onderzoekers meedenken en zorgen dat wat op de tekentafel is bedacht, in de praktijk ook echt wérkt.”

Beeld: © AWTI / AWTI
Aanbieding van het advies door AWTI-voorzitter Mirjam van Praag aan de Minister Rianne Letschert.