Bescheiden, scherp op de inhoud, zacht voor de mens.  Met die woorden zwaait de AWTI raadslid Jos Benschop uit, die er na acht jaar twee termijnen op heeft zitten. In die jaren werkte hij mee aan vier grote adviezen, een vijfde geeft hij nu door aan zijn opvolgers. Niet dat hij daardoor ineens meer tijd krijgt. “Eigenlijk moet je voor dit soort functies mensen hebben die er geen tijd voor hebben. Maar het wél heel belangrijk vinden.”

Beeld: © ASML / ASML

Vertrekkend raadslid Jos Benschop.

Ja, zijn technische carrière was een jongensdroom die uitkwam. Geboren in een groot katholiek Twents gezin zonder poeha had Jos Benschop (1960) een prettige jeugd met Lego, Fischertechnik en brommers opvoeren. Met zijn ouders in de DAF-gezinsauto op weg naar het overdekte zwembad in Enschede reed hij langs de Technische Hogeschool Twente en zei dan altijd: “Daar wil ik studeren!” Het zwembad in zijn geboorteplaats Hengelo moest toen nog getekend worden – door  zijn vader.

Benschop ging inderdaad Technische Natuurkunde studeren en daarna volgde een carrière bij Philips, waar hij werkte in de onderzoeksgroep die aan de wieg stond van de cd-rom en het huidige Nederlandse lithografie-succes. Kennis, die hij goed kon gebruiken toen hij bij halfgeleiderspecialist ASML onder meer verantwoordelijk werd voor de afdeling onderzoek.

Wat leerde deze resultaatgerichte, harde bèta in de wereld van overheidsadvies? “Ik heb met een multidisciplinaire bril leren kijken. Dat heeft mijn wereld verrijkt. Met z’n allen op dezelfde manier een probleem benaderen vind ik nu saai.”

In je laatste vergadering waren je eerste woorden: “Ik zou daar voorzichtig mee zijn.”
“We hadden een discussie of en hoe we konden reageren op een actuele ontwikkeling. Ik vind: ter plekke iets duiden wat net opkomt, is niet aan ons. Het kan best wel eens sneller, maar soms moeten we ook een pas op de plaats durven maken. Complexe problemen zijn er over tien jaar nóg.”

Toch heb je over innovatie wel eens gezegd: “Als je nooit slipt, rijd je niet hard genoeg.”
“De rol van een adviesraad is heel wat anders dan die van een innovator. Uitvinders moeten dingen proberen. Die blijken wel eens niet te werken. Dat hoort erbij. Een advies moet je niet snel geven en dan binnen een paar weken merken dat het 'm niet helemaal was.”

Wat is, achteraf, je beeld van AWTI?
“Ik heb de AWTI leren kennen als een adviesraad die zich vastbijt in complexe problemen. Meerkoppige monsters, die we multidisciplinair te lijf gaan, met gedegen analyses en inbreng van stakeholders. Het resultaat: een doorwrocht advies waarin verbinding wordt gelegd tussen verschillende velden die bijdragen aan innovatie. Ik denk dat dát de AWTI onderscheidt van andere adviesraden.”

Wat vond je het mooist aan je tijd als raadslid?
“Mensen maken het verschil en in de raad én de ondersteunende staf zitten hoog getalenteerde maar ook heel verschillende mensen. Bij ASML vinden we het al heel multidisciplinair als er een natuurkundige, elektronicus en een werktuigbouwkundige aan één project werken. Ik ben gaan beseffen dat voor oplossingen technologie belangrijk is, maar nooit alleen technologie. Er is altijd ook een sociale en vaak ook een juridische kant. Je komt nergens met alleen technologie. Hoe beweeg je mensen?”

Wat heeft de AWTI in jouw tijd concreet bereikt?
“Terugkijkend denk ik dat we zeker impact gehad hebben. Soms is er snel beweging. Een technische briefing in de vaste Kamercommissie, dan weet je dat er interesse is. Na ons advies over innovatie bij defensie waren er twee moties in de Tweede Kamer, waarvan er één rechtstreeks naar ons verwees. Meestal merk je effecten later, langzamer en subtieler. Impact is soms lastig te meten omdat het enige tijd duurt. Hier hebben we het in de raad veel over gehad: hoe kunnen we het effect van onze adviezen zo groot mogelijk maken? Het schrijven van een advies is twee derde van het werk, het overgebleven deel heb je nodig om het uit te venten. Daar mag nóg meer energie in. Hoe kunnen we eenmaal gegeven adviezen hergebruiken, combineren, aanscherpen?”

Wat heb je, in jouw ogen, toegevoegd?
“Ondernemers spelen een heel essentiële rol in innovatie. Zonder verdienmodel geen brede welvaart. Als we niet competitief zijn en geen geld verdienen, dan kunnen we onze idealen ook niet betalen. Ik heb het woord Realpolitik wel eens laten vallen, ja. De overheid bepaalt de spelregels, maar je moet ook kansen geven. Het is belangrijk dat er een gezonde dynamiek is in de wereld van wetenschap, technologie en innovatie. Daarom zeg ik: overheid, doe veel, maar niet álles. Een advies mag ook wel een beetje schuren. Als je als reactie krijgt: geweldig advies, helemaal mee eens, dan weet je dat je geen impact hebt.”

Wat wil je de wereld van wetenschap, technologie en innovatie nog meegeven
“Twee dingen: er waait een gure geopolitieke wind. Het is belangrijker dan ooit om steeds goed te kijken naar wat er internationaal gebeurt en hoe we ons daartoe verhouden. En dat het voor hoog opgeleide mensen goed is om te realiseren dat we in een bubbel leven. Wij zijn niet representatief.”

Waar krijg je nu tijd voor?
“Het is niet zo dat ik ineens heel veel meer tijd heb, nu ik bij de AWTI wegga. En zulke mensen wil je eigenlijk: mensen die er geen tijd voor hebben, maar het toch belangrijk vinden en graag doen. Tijd is nu een iets minder schaars goed in mijn leven. Als ik over een paar jaar met pensioen ga, wil ik actief blijven als commissaris of toezichthouder van kennisinstellingen. Verder wil ik graag weer meer met mijn handen gaan doen. Klussen aan ons nieuwe huis. En ik zou willen leren houtdraaien, daar heb ik altijd van gedroomd. Want nu produceer ik alleen papier.”