Grenzeloos onderzoeken - Stimuleer interdisciplinairiteit met twee onderscheidende overheidsrollen

Advies: Grenzeloos onderzoeken - Stimuleer interdisciplinariteit met twee onderscheidende overheidsrollen

Nederland kan zich beter voorbereiden op complexe maatschappelijke vraagstukken nu en in de toekomst. Hiervoor is duidelijker en krachtiger beleid nodig voor het stimuleren van interdisciplinair onderzoek. Want maatschappelijke oplossingen en wetenschappelijke doorbraken zijn zelden binnen slechts enkele onderzoekdisciplines te verwachten. Nu blijven belemmeringen bestaan en kansen nog deels onbenut, doordat de overheid haar eigen rol rondom interdisciplinair onderzoek niet scherp genoeg neerzet en oppakt. 

Hoe kan de rijksoverheid interdisciplinair onderzoek beter en blijvend stimuleren?

In dit advies geeft de AWTI een winstwaarschuwing. Het Nederlands onderzoek is weliswaar van hoog niveau, maar er is geen reden om comfortabel achterover te leunen. Nederland zou gezien de goede uitgangspositie in Europa als gidsland kunnen bijdragen aan effectiever onderzoeksbeleid voor interdisciplinariteit in Nederland en daarbuiten. Daarom heeft de AWTI de afgelopen periode antwoord gezocht op de vraag hoe de rijksoverheid interdisciplinair onderzoek beter en blijvend kan stimuleren.

De AWTI concludeert dat een helderder onderscheid nodig is tussen de twee rollen die de overheid hierbij heeft. Aan de ene kant vertrouwen en ruimte bieden aan interdisciplinariteit die vanuit de wetenschap en maatschappij ontstaat. Aan de andere kant richting geven aan en coördineren van interdisciplinair onderzoek gericht op maatschappelijke opgaven.

Ellen Moors, raadslid:

‘Met een krachtige invulling van deze twee rollen doet de overheid recht aan de twee mechanismen waarop interdisciplinariteit tot stand komt. Het eerste verloopt namelijk bottom-up: onderzoek dat tot stand komt op initiatief van individuele onderzoekers of teams van onderzoekers, bedrijven of maatschappelijke organisaties. Dit is cruciaal voor het verkennen van de grenzen van ons kennen, voor creativiteit en voor voorbereiding op nog onbekende maatschappelijke uitdagingen. Het tweede verloopt top-down: financiers van onderzoek – zoals de overheid – verbinden middelen aan bepaalde maatschappelijke vragen of thema’s en zoeken via gerichte samenwerking tussen wetenschappers en maatschappij naar antwoorden en oplossingen.

De AWTI doet vier aanbevelingen om dit advies in praktijk te brengen:
► Faciliteer bottom-up interdisciplinariteit vol vertrouwen en met minder voorwaarden.
Doe dat ten eerste door het starten van een nieuw programma dat gericht is op
excellente interdisciplinariteit in kleine teams. Doe dat daarnaast door in andere
programma’s de drempels voor niet-wetenschappelijke partijen te verlagen.
► Maak duidelijker keuzes om top-down interdisciplinariteit te concentreren in een
beperkt aantal onderzoeksplatformen voor maatschappelijke transities. Doe dat
allereerst door het creëren van een aantal grootschalige collaboratieve
onderzoeksplatformen en neem daarnaast fiscale belemmering voor samenwerking
weg.
► Stimuleer interdisciplinariteit via het hoger onderwijs. Steun daarbij de ontwikkeling
van opleidingen die interdisciplinariteit bevorderen en verklein de relatieve nadelen
voor het opzetten van vernieuwende, interdisciplinaire opleidingen.
► Verbind en gebruik kennis over interdisciplinariteit beter in beleid en praktijk. De
kennis over interdisciplinariteit neemt nationaal en internationaal toe, maar moet
beter indalen en verbonden worden met de praktijk van onderzoekers en
beleidsmakers.

Stimuleren interdisciplinair onderzoek: twee overheidsrollen

Beeld: ©awti
AWTI ziet twee rollen voor de overheid in het stimuleren van interdisciplinair onderzoek