AWTI-Advies Beter van start

Advies: Beter van start - De sleutel tot doorgroei van kennisintensieve start-ups

In Nederland ontstaan steeds meer kennisintensieve start-ups. Toch groeien ze onvoldoende door naar grote bedrijven (‘scale-ups’). Zeker in vergelijking met andere landen zoals de VS, het VK of Israël. Daarmee mist Nederland kansen voor welvaart en welzijn.

In dit advies heeft de AWTI - op verzoek van de Tweede Kamer - onderzocht wat de belangrijkste hindernissen zijn bij de doorgroei van kennisintensieve start-ups en met welke maatregelen we kunnen zorgen dat zulke kennisintensieve bedrijven veel vaker doorgroeien tot een echt groot bedrijf.

Om de doorgroei van kennisintensieve start-ups te verbeteren moeten kennisintensieve start-ups geholpen worden om zich vanaf het begin meer op ondernemerschap en groei te richten. Ook moeten de mogelijkheden voor financiering voor doorgroei van dit type bedrijven verbeteren.

AWTI-voorzitter Uri Rosenthal en raadslid Jos Benschop leggen in deze video uit hoe de kennisintensieve bedrijven ‘beter van start’ kunnen gaan en daarmee vaker zullen doorgroeien.

Video: Beter van start. De sleutel tot doorgroei van kennisintensieve start-ups

De belangrijkste aanbevelingen van het advies staan in de onderstaande afbeelding.

Beter van start. De sleutel tot doorgroei van kennisintensieve start-ups
Beeld: Kate Snow

‘Een goede start verbetert de kansen op een succesvolle doorgroei.’ legt AWTI-raadslid Jos Benschop uit. ‘Dat blijkt uit onze analyse. Zorg daarom vanaf het begin al dat er binnen de kennisintensieve start-up genoeg ervaring met ondernemerschap aanwezig is. Kennis is weliswaar de basis van zo’n start-up , maar ondernemerschap bepaalt uiteindelijk het succes. In de ondersteuning van de start-up moet daar aandacht voor zijn.’

Belangrijk is verder dat alle betrokken partijen vanaf het begin het belang van de start-up en zijn doorgroeikansen centraal stellen.

‘Zorg dat afspraken die in de beginfase met een start-up gemaakt worden later geen belemmering voor doorgroei vormen,’ aldus Benschop. ‘Wij bepleiten bijvoorbeeld dat er standaardregels komen voor het gebruik van kennis waarin de belangen van de start-ups in balans zijn met die van de kennisinstellingen.’

Door al vanaf de start de blik meer op ondernemerschap, ambitie en doorgroei te richten, zullen méér kennisintensieve start-ups erin slagen door te groeien. Om de stap(pen) naar een ‘scale-up’ te zetten moeten de mogelijkheden voor financiering van die groei wel beter worden. Nu is daarvoor te weinig kapitaal beschikbaar en zijn mogelijke investeerders vaak niet goed toegesneden op de specifieke situatie van kennisintensieve start-ups en scale-ups.

‘De overheid kan een rol spelen om de financieringsmarkt te verbeteren,’ legt Benschop uit. ‘Door het fiscaal aantrekkelijker te maken om te investeren in kennisintensieve start-ups en scale-ups. En door als overheid het voortouw te nemen bij het opzetten van publiek-private fondsen hiervoor. Als het lukt om dit binnen EU-verband te doen, zal het nog meer impact hebben.’

In opdracht van de AWTI heeft het Erasmus Centre for Entrepreneurship onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van kennisintensieve start-ups in Nederland. Hoe snel groeien ze, ook in vergelijking met andere start-ups of het buitenland? Hoe goed functioneren de ‘ecosystemen’ rond kennisinstellingen die kennisintensieve start-ups in de beginfase ondersteunen? Deze achtergrondstudie is tegelijk met het AWTI-advies gepubliceerd.

Als belangrijkste oorzaken voor de beperkte doorgroei van kennisintensieve start-ups kwamen uit de gezamenlijke analyse van het Erasmus Centre for Entrepreneurship en de AWTI: kennisintensieve start-ups kennen vaak een trage ontwikkeling van hun bedrijfsmodel, hun ambitie is beperkt, afspraken gemaakt bij de start kunnen latere doorgroei belemmeren en hun financiering schiet tekort. In de onderstaande infographic worden de achterliggende oorzaken uiteengezet.

De belangrijkste belemmeringen voor doorgroei van kennisintensieve start-ups
Beeld: Kate Snow