Werkwijze

De AWTI doet zijn werk onafhankelijk: hij vertegenwoordigt geen achterban en kan zijn adviezen gevraagd en ongevraagd uitbrengen. De meeste adviezen zijn gevraagd, op verzoek van de ministers van OCW en EKZ. Maar ook andere ministers en de Eerste en Tweede Kamer kunnen de AWTI om advies vragen. Daarnaast kan de AWTI zelf besluiten om een advies op te stellen, bijvoorbeeld omdat hij een zorgwekkende of juist kansrijke ontwikkeling signaleert. Jaarlijks geeft de AWTI in zijn werkprogramma aan over welke onderwerpen hij in het komende jaar adviezen gaat maken. Dit werkprogramma komt tot stand met inbreng van de ministers van OCW, EZK en andere betrokkenen.

Het adviestraject

Bij de totstandkoming van zijn adviezen kijkt de AWTI naar de samenhang tussen wetenschap, technologie en innovatie. Hiertoe bestudeert de AWTI relevante literatuur en houdt hij interviews met verschillende mensen. Ook laat de AWTI regelmatig een achtergrondstudie uitvoeren of organiseert hij een werkconferentie over het onderwerp. Op deze manier zoekt de AWTI de interactie en input van allerlei mensen: beleidsmakers, politici, deskundigen en andere mensen die in het dagelijks leven met het onderwerp te maken hebben.

Om tot een onafhankelijk en strategisch advies te komen, werkt de AWTI projectmatig. Een projectteam van raadsleden en stafmedewerkers gaat aan de slag met het onderwerp. De raad spreekt vervolgens meerdere keren over een advies tijdens zijn maandelijkse raadsvergadering. Bij vaststelling moet de gehele raad akkoord gaan het integrale advies.

Openbaar maken van het advies

Het advies wordt openbaar op het moment dat de raad het advies aan de minister(s) of het parlement aanbiedt. Bij de openbaarmaking plaatst de AWTI het advies op de website. Soms gaat dit vergezeld van een congres of openbare aanbieding aan een bewindspersoon of parlement. Als de regering de AWTI om het advies heeft gevraagd, dan is de regering verplicht om binnen drie maanden te reageren.